Jongens van twaalf, dertien, veertien jaar over wie trainers fluisteren dat ze het helemaal gaan maken. Scouts schrijven hun namen op. Ouders vertellen op verjaardagen dat hun zoon bij een betaaldvoetbalorganisatie speelt. Opa weet al zeker dat hij straks in de Kuip of de Johan Cruijff ArenA zit. En de jongen zelf? Die begint voorzichtig te geloven dat zijn toekomst al vastligt.

„Hij is echt een exceptioneel talent.”

Het is misschien wel een van de gevaarlijkste zinnen die je tegen een jonge voetballer kunt zeggen.

Want talent is tegenwoordig bijna een eindstation geworden. Alsof het talent zelf de garantie is voor een professionele carrière. Alsof een jongen die op zijn veertiende uitblinkt automatisch op zijn twintigste profvoetballer is.

De praktijk vertelt een ander verhaal.

Want ergens tussen de jeugdopleiding en het eerste elftal verdwijnt een groot deel van deze talenten van de radar. Geen transfer naar het buitenland. Geen debuut in het eerste. Geen miljoenencontract. Soms zelfs geen voetbal meer op niveau.

De eeuwige belofte blijft uiteindelijk vooral een herinnering.

Van uitblinker naar bankzitter

Het gekke is dat we bij jeugdspelers vaak kijken naar wat ze nu kunnen, terwijl voetbal juist draait om wat ze over vijf jaar kunnen.

Een jongen van veertien die iedereen voorbijloopt, kan op zijn zeventiende ineens een heel gewone voetballer zijn. Zijn leeftijdsgenoten zijn lichamelijk sterker geworden. Het verschil in snelheid is verdwenen. Zijn trucjes werken niet meer automatisch. En opeens moet hij concurreren.

Dan begint het echte werk.

En daar gaat het nogal eens mis.

Want zolang een speler talent wordt genoemd, krijgt hij aandacht. Zodra hij senior wordt, krijgt hij concurrentie.

Bij de jeugd kun je nog een slechte wedstrijd spelen en horen dat je „veel potentie” hebt. Bij de senioren moet je gewoon leveren.

Geen potentie. Geen excuses. Presteren.

Dat is een harde overgang.

Talent is goedkoop

Het voetbal zit vol talenten. Daar is geen gebrek aan.

Waar wél gebrek aan is, zijn spelers die jarenlang bereid zijn om hetzelfde saaie werk te doen.

Krachttraining wanneer niemand kijkt. Herstel serieus nemen. Voeding op orde. Slaap. Extra techniek. Werken aan snelheid. Fysiek sterker worden. Leren omgaan met teleurstellingen. Op de bank zitten zonder te mokken. Een niveau lager spelen wanneer dat nodig is om minuten te maken.

Daar wordt een talent een voetballer.

Niet door iedere week te horen hoe goed hij is.

Sterker nog: misschien moeten we jonge spelers juist wat minder vertellen dat ze bijzonder zijn.

Niet omdat ze niet bijzonder zijn, maar omdat ze moeten begrijpen dat hun huidige niveau niets zegt over hun uiteindelijke bestemming.

Een veertienjarige die de beste van zijn team is, heeft helemaal niets gewonnen.

Hij heeft alleen laten zien dat hij op dat moment de beste is van een groep veertienjarigen.

De grootste concurrent zit soms thuis

En dan zijn er nog de ouders.

Met de beste bedoelingen uiteraard.

Maar het is niet altijd makkelijk om je zoon te vertellen dat hij misschien een stapje terug moet doen. Dat een andere jongen beter is. Dat hij harder moet trainen. Dat hij niet geselecteerd is. Dat een trainer hem niet goed genoeg vindt.

Sommige ouders gaan vervolgens op zoek naar een trainer die het wél ziet.

Een privécoach.

Een nieuwe club.

Een nieuwe opleiding.

Een nieuw verhaal.

En voor je het weet is de jongen niet meer bezig met beter worden, maar met het verzamelen van mensen die hem vertellen dat hij goed genoeg is.

Dat is misschien wel de grootste valkuil van het moderne talent.

De senioren liegen niet

Uiteindelijk komt iedere speler op het moment waarop het predicaat talent verdwijnt.

Dan sta je tegenover volwassen mannen.

Mannen die sterker zijn. Ervaren zijn. Slimmer zijn in het duel. Die je een schop geven wanneer je te laat bent. Die niet onder de indruk zijn van je reputatie bij Onder 17.

Dan blijkt wie er werkelijk heeft geïnvesteerd.

Wie sterker is geworden.

Wie sneller is geworden.

Wie blessures heeft leren voorkomen.

Wie zijn lichaam serieus heeft genomen.

Wie ook zonder bal wil werken.

Wie tegen kritiek kan.

Wie op zondagmiddag bij wind en regen gewoon zijn niveau haalt.

Dáár begint een carrière.

Niet bij het label talent.

Van talent naar prof

Misschien moeten we daarom stoppen met vragen:

„Hoe groot is zijn talent?”

En veel vaker vragen:

„Hoe groot is zijn bereidheid om beter te worden?”

Want talent kan je een voorsprong geven.

Maar discipline bepaalt hoe lang die voorsprong blijft bestaan.

De eeuwige talenten zijn uiteindelijk geen slachtoffers van een gebrek aan talent. Vaak waren ze juist té lang tevreden met het talent dat ze hadden.

Ze werden bewonderd toen ze klein waren.

Maar ze vergaten dat voetbal pas echt begint wanneer iedereen groot wordt.

En ergens tussen Onder 19 en het eerste elftal gebeurt dan het onvermijdelijke.

Het talent verdwijnt.

Niet omdat het er nooit was.

Maar omdat talent zonder ontwikkeling uiteindelijk gewoon een mooi verhaal uit de jeugdopleiding wordt.

De toekomst is niet voor het grootste talent.
De toekomst is voor degene die het langst bereid is om beter te worden.

Geef een reactie

Ontdek meer van Patric Verhoeven

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder