Foto: Pixabay

Geen personal branding. Geen social media coach. Geen Instagram-account met zorgvuldig uitgekozen foto’s van de nieuwste auto, een horloge dat meer kost dan een modaal jaarsalaris en een inspirerende quote over hard work.

Er was een bal.

Een trapveldje.

En de ambitie om de beste te worden.

Johan Cruijff kwam uit die wereld.

Cruijff was één van de beste voetballers die Nederland ooit heeft voortgebracht. Misschien wel de beste. Maar wie zijn carrière naast die van de huidige supersterren legt, moet oppassen voor gemakzuchtige vergelijkingen.

Messi is Messi. Ronaldo is Ronaldo. Zij zijn producten én iconen van een compleet andere voetbalwereld.

Een wereld waarin een gemiddelde profvoetballer al snel meer verdient dan Cruijff zich tijdens zijn actieve carrière ooit had kunnen voorstellen.

En dat is precies waar het interessant wordt.

Want wat kocht Cruijff van zijn geld?

Niet het nieuwste model Lamborghini. Niet een villa met een zwembad om op Instagram te zetten. Niet iedere zomer een exotische vakantiebestemming om aan zijn miljoenen volgers te laten zien.

Hij kocht vooral tijd met een bal.

Cruijff groeide op in een tijd waarin je niet naar een voetbalschool hoefde om beter te worden. Je ging naar buiten. Je zocht jongens uit de buurt bij elkaar. Twee jassen waren de doelpalen. Een straat, pleintje of grasveld werd het trainingsveld.

En als je verloor?

Dan ging je de volgende dag gewoon weer.

Niemand stuurde een rapport naar je ouders.

Niemand vertelde dat je ‘goed bezig’ was omdat je drie keer een pion had aangetikt.

Je moest jezelf bewijzen.

En misschien zat daar wel de kracht van die generatie.

De huidige voetballer heeft alles tot zijn beschikking. Voedingsdeskundigen, performance coaches, data-analisten, GPS-systemen, herstelprotocollen, slaapcoaches, videoanalyses en gespecialiseerde trainers.

Fantastisch.

Allemaal hulpmiddelen die een speler beter kunnen maken.

Maar hulpmiddelen kunnen nooit de mentaliteit leveren.

En daar begint het probleem.

We hebben tegenwoordig misschien wel de best begeleide voetballers uit de geschiedenis, maar dat betekent niet automatisch dat we de meest hongerige voetballers opleiden.

Er wordt tegenwoordig soms meer gepraat over ontwikkeling dan dat er daadwerkelijk ontwikkeld wordt.

Meer programma’s. Meer schema’s. Meer technologie.

Maar soms minder voetbal.

Cruijff had geen GPS om hem te vertellen hoeveel meter hij had gelopen. Hij wist gewoon dat hij sneller bij de bal moest zijn.

Hij had geen data-analyse nodig om te begrijpen dat een tegenstander verkeerd stond. Hij zag het.

Hij had geen app nodig die zijn trainingsbelasting berekende.

Hij trainde.

En hij speelde.

Wedstrijden waren bovendien schaarser. De kalender was niet de overvolle lopende band van tegenwoordig. Voetballers werden niet iedere drie dagen van stadion naar stadion gevlogen.

Dat betekende meer ruimte om te trainen, te herstellen en vooral: te voetballen.

En misschien is dat wel de grootste paradox.

De moderne voetballer wordt steeds professioneler begeleid, terwijl het pure voetbal soms steeds meer naar de achtergrond verdwijnt.

We willen snelheid trainen zonder te sprinten.

Wendbaarheid zonder daadwerkelijk te moeten reageren.

Voetbalintelligentie met pionnen.

En soms denken we dat een kind beter wordt omdat het na een training doodmoe naar huis gaat.

Cruijff zou er waarschijnlijk zijn eigen, messcherpe mening over hebben gehad.

Want beter worden is niet hetzelfde als moe worden.

Dat is een les die we misschien opnieuw moeten leren.

Cruijff werd niet groot omdat iemand een perfecte trainingsapp voor hem had gemaakt. Hij werd groot omdat hij wilde spelen, wilde winnen en wilde begrijpen.

Hij dacht na over voetbal.

Hij keek.

Hij analyseerde.

Hij probeerde.

Hij faalde.

En hij probeerde opnieuw.

Dat laatste ontbreekt misschien wel het meest in een tijd waarin iedere mislukking direct gefilmd en gedeeld kan worden.

De huidige generatie voetballers verdient meer geld dan ooit. Krijgt betere faciliteiten dan ooit. Wordt medisch en fysiek beter begeleid dan ooit.

Maar geld maakt je niet hongerig.

Technologie maakt je niet gedreven.

Een performance coach maakt je niet automatisch een topsporter.

Dat moet ergens van binnen zitten.

Cruijff had iets wat je niet kunt kopen.

Een enorme drang om beter te worden.

Misschien moeten we daarom niet proberen het voetbal van vroeger letterlijk terug te brengen. Dat zou romantische onzin zijn. De wereld is veranderd. Het voetbal is veranderd. De belasting is hoger, de snelheid is hoger en de professionele eisen zijn enorm toegenomen.

Maar de mentaliteit?

Die is niet veranderd.

Een bal blijft een bal.

Winnen blijft winnen.

En beter willen worden blijft beter willen worden.

Misschien zouden we daarom af en toe wat minder moeten kijken naar wat een voetballer allemaal hééft.

En wat vaker naar wat hij bereid is ervoor te doen.

Want Johan Cruijff had vroeger misschien minder.

Maar hij wilde meer.

En dat maakte het verschil.

Gerelateerde artikelen

Geef een reactie

Ontdek meer van Patric Verhoeven

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder